DNA

Gelukkig maar dat er een afkorting is voor het woord desoxyribonucleïnezuur, want anders zou je er je tong over breken. DNA is een molecuul waarop onze erfelijke informatie is vastgelegd. Met DNA kun je de afstamming controleren: zijn de opgegeven papa en mama wel echt de ouderdieren? Alle rashondenpups krijgen een DNA-afstammingsbewijs als de afstamming klopt.

Wat is DNA?

Een DNA-molecuul ziet er uit als een wenteltrap of een pijpenkrul. Het bestaat uit twee, om elkaar heen gedraaide strengen (nucleotiden). Zo’n wenteltrap of pijpenkrul heet een chromosoom. De erfelijke informatie van de eigenaar van het DNA is als een code, vastgelegd in de volgorde van deze ‘krullen’. Ieder stukje informatie heet een gen. Een gen is dus een stukje van een chromosoom. Je kunt op verschillende manieren DNA afnemen bij een mens of dier, bijvoorbeeld via bloed, sperma, haar, huidcellen of speeksel.

Verplichte DNA-afname

Toen de Raad van Beheer in 2014 de term ‘Fairfok’ introduceerde, werd ook een verplichte DNA-afname en afstammingscontrole van alle pups ingevoerd. Voortaan wordt bij alle rashondenpups die in Nederland geboren worden – en dan hebben we het over zo’n 40.000 hondjes per jaar – DNA afgenomen. Al deze informatie bewaren we in een DNA-databank. Zo zijn er straks grote hoeveelheden erfelijk materiaal beschikbaar voor onderzoek. Al dit DNA kunnen we dit testen op erfelijke ziektes en aandoeningen om deze in de toekomst te voorkomen. Daarnaast geeft het DNA-profiel absolute zekerheid over de vraag of de ouders van een pup ook echt de ouders zijn.

Ziektes in je genen

Je hebt veertig miljard cellen in je lichaam. In elke cel zit een kern in midden, en in die kern zit het DNA. Je krijgt de helft van de erfelijke informatie van je moeder, en de helft van je vader. Wetenschappers kunnen DNA-materiaal verzamelen en daarmee zoeken naar oplossingen voor bepaalde gezondheidsproblemen bij honden. Je kunt achterhalen welke genetische defecten een ziekte veroorzaken en aan de hand daarvan een test ontwikkelen waarmee je fokdieren kunt testen op ziektes zoals bijvoorbeeld bepaalde oog- en oorziektes en erfelijke vormen van epilepsie of kanker.

Wie zijn papa en mama?

Een ander voordeel van de DNA-controle is dat de Raad van Beheer zo ook onderzoekt of de reu en de teef die de fokker opgeeft als ouders van de pups, ook daadwerkelijk zijn ouders zijn. Met een reu is het vrij gemakkelijk frauderen, want in de meeste gevallen was de pupkoper er nu eenmaal niet bij toen de moeder van zijn hondje gedekt werd. Ook kan een fokker met kwade bedoelingen, die pups kreeg van een teef die niet zijn beste hond is, terwijl zijn kampioensteef ook een nestje heeft, pups van de ‘slechtere’ teef aanleggen bij zijn kampioen. Zo kan hij de pupkopers vrij gemakkelijk wijsmaken dat zijn beste hond de moeder is. Dankzij DNA-controle kan nu van dergelijk gesjoemel geen sprake meer zijn.